top of page
  • Foto van schrijverEvaline

Usher

Ron werkte bij een houtfabriek, hier maakte hij grote kisten. Hij was een echte vakman, iemand die het heerlijk vond om met zijn handen te werken. Ron was ook doof, maar dat maakte zijn werkgever niets uit, ze deden er alles aan om ervoor te zorgen dat hij zijn werk kon blijven doen. Er was een lichtalarm in de grote hal geplaatst zodat Ron kon zien als er wat aan de hand was en tijdens elk werkoverleg werd besproken dat je Ron niet van achteren moest benaderen, maar van voren. Als je vanachteren kwam kon hij schrikken, hij hoorde je niet aankomen.


Maar Ron zou ook langzaam maar zeker blind worden, hij heeft het syndroom van Usher. Dit zou betekenen dat hij uiteindelijk zijn werk niet meer kon doen, en dat hij vierhandengebaren moest gaan leren. De tolk die hij al had tolkte kleine gebaren in zijn gezichtsveld. Zijn wereld zou kleiner en kleiner worden.


Toen ik hem leerde kennen kon hij nog erg veel, hij kon de letters zien die ik schreef en samen met de tolk konden we praten. Maar langzaam ging hij achteruit, opeens kwamen er spijkers in zijn vingers in plaats van in het hout en zag hij de tekeningen niet meer. Tot het punt kwam dat het niet meer verantwoordelijk was om hem dit werk te laten doen.


Hij is intern gegaan, bij een sociale werkvoorziening. Helemaal stoppen met werken zou niet goed zijn voor hem, zijn wereld werd al zo klein. Ron is ervoor gegaan, stapte naar binnen en doet zijn werk zo goed als hij kan. Het gaat niet snel, maar hij gaat! Ik heb begrepen dat zijn ziekte op dit moment niet snel erger wordt en dat hij zelfs weer in een groepje buiten de sociale werkvoorziening aan de slag kon.


Als hij het kan! Als hij nooit opgeeft! Dan wij toch ook niet?






33 weergaven0 opmerkingen

Comments


bottom of page